Voor het ontstaan van de Rotte

fuik

De fuiken bij Bergschenhoek

Rond 10.000 v. Chr. krijgt Nederland langzaam zijn huidige vorm. In het stroomgebied van de Maas  ontstaan rivierduinen van opgewaaid zand. Op deze hoge en droge plekken vinden we vaak (tijdelijke) nederzettingen. Ook in het gebied rond de Rotte zijn daarvan sporen teruggevonden:

Reuzin Hillegonda

In Hillegersberg is een donk gevonden met sporen vanaf de Midden Steentijd (10.500 – 5.300 v. Chr.). Volgens de legende ontstaat deze donk als reuzin Hillegonda zand verliest uit haar schort. Het wapen van Hillegersberg verwijst naar dit verhaal.

Kampvuursporen bij CS

Onder het huidige Centraal Station lag een oude rivierduin waarop mensen hebben gewoond. Dat blijkt uit sporen van een kampvuur van zo’n 7500 jaar oud. De vroegere bewoners aten veel vis; archeologen vonden veel verbrande viswervels en een stukje touw van een net of een fuik.

Doordat het kustgebied ruig, moeilijk bereikbaar en heel nat is, blijft hier lang alles bij het oude. Waar elders in Nederland de eerste boeren beginnen met landbouw, blijven de mensen in het gebied rond de Rotte lang jagen en verzamelen. Ze leven vooral van de visvangst.

Bergschenhoekse visfuiken

Bij Bergschenhoek komen in 1978 vijf visfuiken van 6200 jaar oud te voorschijn, gebruikt door jagers die een klein kamp hadden opgeslagen op een drijvend stuk veen. Bij de opgraving zijn veel visresten gevonden en sporen van een vuurtje.

Het gebied waar de Rotte ligt, is onderdeel van een rij strandwallen ter hoogte van de Noordzeekust, met daarachter moeras. In die vochtige omstandigheden verteren de plantenresten niet volledig, maar stapelen zich op. Zo ontstaat een metersdikke laag veen. Wellicht ontstaat de Rotte in dit tijdperk als een veenstroompje. Tijdens de Late Bronstijd (1.100 tot 800 v. Chr.) is het gebied heel nat. Misschien zijn er daardoor uit die tijd geen sporen van bewoning gevonden.